Nationale herdenking 4 mei 2026

Burgemeester Nadine Stemerdink heeft vanavond samen met kinderen van openbare basisschool de VOS een krans gelegd bij het monument aan de Koningin Julianalaan in Voorschoten.

Het monument

Leerlingen lazen zelfgeschreven gedichten voor. Ook andere genodigden legden een krans. Zij werden ondersteund door scouts van Kimball o’Hara en de Mauritsgroep. Veteranen vormden tijdens de gehele herdenking een erehaag naast het monument. Muziekvereniging Laurentius zorgde voor muzikale begeleiding.

Lees de toespraak van burgemeester Stemerdink

Dames en heren, jongens en meisjes,

De geschiedenis begrijpen. Dat is het jaarthema van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Om de geschiedenis inderdaad te begrijpen moeten we vragen beantwoorden die vandaag de dag nog steeds actueel zijn.

Hoe ontstaan uitsluiting en haat? Wat kunnen we daar als democratische samenleving aan doen? U hoeft het journaal of een van de vele talkshows maar aan te zetten of met vrienden en familie hierover te spreken, om te weten hoe ingewikkeld die vragen en de antwoorden zijn.

Vandaag staan we samen stil bij wat de oorlog heeft betekend voor ooggetuigen en hun kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Dat doen we met veteranen van diverse generaties, scouts van Kimball o’Hara en de Mauritsgroep, leerlingen van de VOS, en jong en oud uit alle wijken van Voorschoten.

De geschiedenis begrijpen begint natuurlijk met het kennen van de verhalen. Juist daarom is het zo belangrijk dat we de verhalen uit de Tweede Wereldoorlog blijven doorgeven aan volgende generaties. Dat is vandaag de dag urgenter dan ooit. Want de generatie die ons kan vertellen over die periode wordt met het verstrijken van de tijd steeds kleiner.

Maar wat weten de achterkleinkinderen van nu eigenlijk over de Tweede Wereldoorlog? Hoe kijken ze daarnaar door de ogen van nu? Wat betekent dat voor hun handelen of beeld van onze samenleving? Wie kunnen ons dat beter vertellen, dan de kinderen van nu!

Cultuurfabriek

Een van de belangrijkste lessen die de kinderen op weg naar 4 mei volgen is ‘Voorschoten: dorp in oorlogstijd’, een interactief project van de Cultuurfabriek.

In de les maken de kinderen kennis met zes denkbeeldige leerlingen uit de klas van meneer Verrips. Die zitten allemaal op de Oranjeschool, waar nu de bibliotheek is gevestigd, in de zesde klas – wat we nu groep 8 noemen.

Door actief met dit onderwerp bezig te zijn en zichzelf de vraag te stellen “Wat als het mij overkomt”, leren de kinderen hoe het leven in oorlogstijd eruitzag. Ook gaan ze nadenken over de oorlogen van nu, waarvan mensen op andere plekken in de wereld nog steeds slachtoffer zijn.

De VOS

Onder andere de leerlingen uit groep 8 van de VOS namen dit jaar deel aan het lesproject. Te gast in het Cultureel Centrum leerde de klas van juf Mandy bijvoorbeeld dat er dorpsgenoten waren die de adressen van onderduikers doorgaven aan de bezetter. De jongens en meisjes waren het erover eens hoe erg dat is, al begrijpen ze tegelijk hoe bang de mensen in die jaren moeten zijn geweest.

De klas hoorde ook over degenen die met gevaar voor eigen leven verzet durfden te bieden, zoals met het vervalsen van paspoorten. Verder hoorden ze hoe kinderen van hun eigen leeftijd soms al voor het huishouden moesten zorgen. Zeker het proeven van rauwe bloembollen met honing en suiker op een crackertje vergeten ze niet snel, ook al kwamen die uit de magnetron.

Dit schooljaar helpen de leerlingen van de VOS bovendien met het oppoetsen van Stolpersteine, de geelkoperen struikelstenen voor de woningen van Joodse dorpsgenoten die zijn gedeporteerd en vermoord. Met het schoonmaken van de stenen worden tegelijk de verhalen verteld.

Met elkaar weten de leerlingen al best veel over de Tweede Wereldoorlog. Sommige kinderen hoorden van hun overgrootouders over de oorlogsbegraafplaatsen voor Amerikaanse militairen. Anderen hebben thuis nog spullen die aan de oorlog herinneren, zoals een baret en een eetlepel. Een van de leerlingen is zelfs familie van het buurmeisje dat een knikkerdoos aan het Anne Frank Huis doneerde. Voordat Anne moest onderduiken, had ze die knikkerdoos aan haar buurmeisje gegeven.

Lang niet alle families vinden het prettig om over de oorlog te praten. Dat is natuurlijk heel begrijpelijk. Zo was de overgrootmoeder van een leerling getraumatiseerd door paarden, omdat de politie en militairen daarop reden toen zij 7 jaar oud was. Een overgrootvader keerde terug uit een werkkamp van de nazi’s, maar moest lopend weer in Nederland zien te komen. Nog een ander overleefde een razzia, waarna hij zich drie dagen moest verstoppen.

Een enkele keer maakte de bezetter een vriendelijk gebaar. Zo gaven ze een stapel hout aan een overgrootmoeder die toen 11 jaar oud was. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen, dat ze die stapel van een ander hadden afgepakt.

De meest indrukwekkende herinnering kwam van een leerling die moest vluchten voor de burgeroorlog in Syrië, toen enkele familieleden daar waren omgebracht. Na een vreselijke reis kwam de leerling samen met andere vluchtelingen via Griekenland veilig in ons land terecht.

Het Kompas

Ook in groep 8 van het Kompas weten de leerlingen al een hoop over de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding. Juf Jordy gaf er les over en Libanonveteraan Frank Kroon was zelfs in de klas.

Een leerling vertelt bijvoorbeeld over de televisieserie ’13 in de oorlog’. Verder hebben de meesten wel gehoord over NSB’ers: degenen die landgenoten in de steek lieten en in plaats daarvan de bezetter hielpen. Dat kunnen de kinderen zich nauwelijks voorstellen, al begrijpen ook zij, dat de mensen in de tijd heel bang moeten zijn geweest.

De klas weet bovendien dat inwoners met voedselbonnen moesten betalen, maar dat Joodse dorpsgenoten geen supermarkten en groentewinkels meer mochten bezoeken en een Jodenster moesten dragen. En dat niet alleen zij werden vervolgd, maar onder andere ook Roma, Sinti en gehandicapten.

Ook van het transport met de trein naar concentratiekampen heeft de klas gehoord. De een moest daar hard werken, de ander dacht eindelijk te kunnen douchen, maar vond de dood in een gaskamer.

Weer andere kinderen weten dat Nederland zich in de meidagen van 1940 na vier dagen strijd moest overgeven, en dat tegen het einde van de oorlog de dijken werden doorgestoken. En dat Wilhelmina toen koningin was. Dat lijkt een simpel weetje, maar met Juliana, Beatrix en Willem-Alexander zijn de kinderen van nu al heel wat vorsten verder.

Ook in deze klas wordt thuis niet veel gepraat over de oorlog. Zeker voor een overgrootvader die soldaat was, waren de herinneringen te afschuwelijk. Wel vertelde een oma hoe haar moeder ging schuilen in een boerderij wat verderop. Andere overgrootouders moesten ver lopen om bij een boer eten te halen, en op tijd terug zijn voor de avondklok.

Een van de kinderen had een Joodse overgrootvader die slager was en gelukkig dus eten kon verdelen. Voor zolang als dat kon. Verder hoorde een leerling van een oude inwoner in de straat, dat die een tafeltje met spelletjes had, waarmee onderduikers speelden.

In alle gesprekken hoorden we dat vele kinderen naar de herdenking op 4 mei kijken of hier aanwezig zijn. Degenen die met hun ouders onderweg zijn zetten de auto langs de kant, waar soms al veel meer auto’s staan. Dat is belangrijk, want het is deze generatie die in de toekomst de 4 meiherdenking moet gaan invullen en vormgeven. Dat begint bij het meekrijgen als kind hoe belangrijk het is dat we dit moment met elkaar blijven beleven.

De kinderen stellen ook slimme vragen. Waarom houden we bijvoorbeeld niet één, maar twee minuten stilte? Misschien weet u het antwoord: in de eerste minuut herdenken we degenen die hun leven verloren. In de tweede minuut denken we aan de mensen die terugkeerden uit de strijd, maar op wie de oorlog nu al generaties lang impact heeft.

De onlinewereld

U hebt het wel in de gaten. Dankzij de lessen op school en de verhalen thuis weten de kinderen van groep 8 al veel over de Tweede Wereldoorlog. Ze hoeven ook niet alles nu al te weten, want straks op de middelbare school gaan ze er nog veel meer over leren. Dan worden ze vanzelf ook nieuwsgierig naar de betekenis van struikelstenen en naar de lokale verzetshelden op de straatnaambordjes in het dorp.

Die nieuwsgierigheid is zó belangrijk. De verhalen van overgrootouders, een straatnaambordje, een knikkerdoos zijn allemaal heel tastbaar. Maar vandaag de dag hebben we ook te maken met een digitale, online wereld. Ik maak me daar grote zorgen over.

Op de sociale media zien we steeds meer hoe zelfs jonge kinderen de meest afschuwelijke antisemitische berichten liken en delen. En dat gebeurt niet in stille hoekjes, maar gewoon zichtbaar, zonder enige schaamte. Zonder het besef wat die berichten voor andere kinderen betekenen, wat ze met andere kinderen dóén. Zonder misschien ook wel het besef wat ze zeggen.

Hoe is het mogelijk dat onze jeugd aan de ene kant zoveel weet over de Tweede Wereldoorlog, maar aan de andere kant lacht om zogenaamde grappen over die periode, die natuurlijk helemaal geen grappen zijn. Misschien is er voor ons allemaal wel meer werk aan de winkel, dan alleen het vertellen van verhalen.

Bij deze roep ik alle kinderen op om hierover ná te denken. Waar lach je precies om als je zo’n bericht ziet op TikTok, Instagram of WhatsApp? Waarom lach je eigenlijk? Klopt het wel dat je meelacht? Ben je niet sterker als je juist níét meelacht?

De fysieke wereld

Ook om een andere reden was nog nooit zo duidelijk dat we kritisch moeten blijven nadenken. Na bijna tachtig jaar rust is al een aantal jaren een oorlog gaande op het Europese continent. Kinderen zijn daar ook mee bezig en vooral met de mogelijke consequenties voor Nederland. Niet voor niets voeren we campagne voor noodpakketten en het maken van een noodplan.

Met langdurige stroomuitval, onbetrouwbaar drinkwater en cyberaanvallen heeft ons land nu al regelmatig te maken. Het is niet de vraag óf we daar opnieuw mee te maken krijgen, maar wannéér het weer zover is. Voorbereidingen blijven noodzakelijk.

Inwoners elders in de wereld leven dagelijks met gevaar en verdriet dat nog vele malen groter is. Denk alleen al aan de droneaanvallen op Oekraïne of aan die vreselijke oorlogen in Afrika en het Midden-Oosten. Onverdraagzaamheid ligt hieraan ten grondslag. Net als 80, 85 jaar geleden bij ons.

Antisemitisme is weer aan de orde van de dag. Terwijl we 80 jaar geleden zeiden: dit nooit meer! Wanneer zijn we dat vergeten?

De geschiedenis begrijpen

De geschiedenis begrijpen. Daarmee begon ik mijn verhaal. Maar gaan we de geschiedenis ooit echt begrijpen? Of zijn er zulke onwaarschijnlijke dingen gebeurd, dat die altijd het menselijk verstand te boven zullen blijven gaan?

Zoals we zagen in de groepen 8 van de VOS en het Kompas, weten de kinderen gelukkig al veel over de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding.

Wat kunnen u en ik nog meer doen dan verhalen blijven vertellen, om te zorgen dat de kinderen van nu opgroeien tot zelfstandige, kritische en bovenal verdraagzame volwassenen? Ik zou willen dat ik het antwoord had …

Tot slot

Vandaag denken we aan de slachtoffers en overlevenden uit onze eigen omgeving. Maar vandaag denken we ook aan al degenen die gebukt gaan onder de ellende van andere oorlogen.

Laten we de lessen die we leerden, en verdrietig genoeg door de hedendaagse actualiteit nog steeds leren, vooral meenemen in ons oordeel en ons dagelijks handelen. Laten we er voor elkaar zijn. Laten we in gesprek blijven. Vandaag, morgen en ook in moeilijke tijden.

Zoals ze bij de Cultuurfabriek zeggen: wij zijn kinderen van na de oorlog en dat willen we graag zo houden!

Dank u wel.

Foto van de herdenking
Foto van de herdenking
Foto van de herdenking
Foto van de herdenking
Foto van de herdenking
Foto van de herdenking
Foto van de herdenking
Foto van de herdenking