MER RijnlandRoute
Bij omvangrijke projecten met mogelijk veel gevolgen voor de omgeving is het opstellen van een milieueffectrapport (MER) wettelijk verplicht. Dit geldt ook voor het project RijnlandRoute. In een MER worden alle relevante milieueffecten beschreven die een project (in dit geval een nieuwe weg) kan hebben op het milieu. Het doel hiervan is dat het milieubelang volwaardig meeweegt in de besluitvorming rondom de verdere uitwerking en vormgeving van de voorgenomen ontwikkeling. De m.e.r.-procedure voor de RijnlandRoute wordt uitgevoerd door provinciale staten en kent twee fases.
Eerste fase
De eerste rapportage werd gebruikt om het aantal mogelijke tracé's voor de RijnlandRoute te beperken. Het resultaat is drie tracéalternatieven: Zoeken naar Balans, N11-West en Churchill Avenue. Gedeputeerde Staten (GS) van Zuid Holland hebben half januari 2010 op basis van uitkomsten van het milieueffectrapport (MER, eerste fase) voor de RijnlandRoute de keuze gemaakt alleen Zoeken naar Balans, N11-West en Churchill Avenue mee te nemen in de tweede fase van het onderzoek naar de milieueffecten.
Tweede fase
De Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 15 september 2010 besloten zeven varianten voor deze drie tracéalternatieven. van de RijnlandRoute te onderzoeken in het tweede deel van het Milieu Effect Rapport (MER). Voor deze varianten zijn ontwerpen gemaakt en zijn de effecten bepaald. Het resultaat hiervan is beschreven in het rapport 2e fase MER RijnlandRoute, een nieuwe oost-westverbinding tussen de A4 en Katwijk.