U bent hier: bestuur en organisatie » wet openbaarheid van bestuur

Wet Openbaarheid van Bestuur

Op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) hebben burgers toegang tot veel informatie die bij de overheid aanwezig is. Het uitgangspunt van de wet is dat alle bestuurlijke informatie openbaar is, tenzij een in de Wob genoemde uitzonderingsgrond van toepassing is. 

Wat is een Wob-verzoek?

Een Wob-verzoek moet betrekking hebben op een bestuurlijke aangelegenheid, dat wil zeggen, het moet gaan over een onderwerp van het beleid van de gemeente, inclusief de voorbereiding of de uitvoering daarvan.

De informatie moet bij de gemeente aanwezig zijn en zijn neergelegd in documenten. Met 'documenten' worden gegevensdragers bedoeld. Dat kunnen naast papieren stukken ook digitale stukken zijn of bijvoorbeeld geluidsbanden, foto's en films.

Iedereen kan een Wob-verzoek doen.

Hoe ziet een Wob-verzoek eruit?

U kunt een Wob-verzoek mondeling of schriftelijk indienen, per brief of per e-mail. U hoeft niet aan te geven waarom u om de informatie vraagt.
In het Wob-verzoek dient zo duidelijk mogelijk het onderwerp vermeld te staan waarover u informatie wenst. U hoeft niet per se aan te duiden welke documenten u precies wilt hebben, maar het onderwerp moet wel voldoende specifiek en concreet zijn beschreven.

Aan wie stuurt u een Wob-verzoek?

Het Wob-verzoek richt u aan:

Het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten
Postbus 393
2250 AJ VOORSCHOTEN

De gemeente kan kosten in rekening brengen voor het verstrekken van informatie, zoals bepaald in de legesverordening.

Uitzonderingsgronden en beperkingen

In een aantal gevallen verstrekt de gemeente in elk geval geen informatie. Deze zogenaamde uitzonderingsgronden betreffen onder andere:

  • het in gevaar brengen van de veiligheid van de staat. 
  • gegevens die personen of bedrijven vertrouwelijk hebben verstrekt aan de gemeente. 
  • gegevens waarvan het belang van het openbaar maken niet opweegt tegen het belang van de inspectie, controle en toezicht door de gemeente. 
  • gegevens waarvan het belang van het openbaar maken niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Daarnaast kan sprake zijn van een belang dat niet opweegt tegen het algemene belang van informatieverstrekking. In zo'n geval worden eveneens geen gegevens verstrekt.

Besluit

De gemeente moet binnen 2 weken een beslissing nemen op het verzoek om informatie. De beslissing mag één keer voor een periode van 2 weken worden uitgesteld. Als de informatie kan worden verstrekt moet dat binnen 4 weken na de ontvangst van de aanvraag. Wanneer de zaak zo gecompliceerd is dat niet binnen die 4 weken kan worden beslist, dan kan de beslissing na de eerste 2 weken voor 4 weken worden verdaagd. Als de gemeente moet verwachten dat een belanghebbende bezwaar zal maken tegen het verstrekken van de informatie, dan mag de gemeente die informatie niet eerder verstrekken dan 2 weken na de bekendmaking van het besluit dat de informatie wordt verstrekt.

Meer informatie

Meer algemene informatie over de Wob vindt u op de website van het Ministerie van Binnenlandse Zaken - Veelgestelde vragen over de Wet openbaarheid van bestuur (WOB).

U vindt daar onder meer informatie over de zogenaamde uitzonderingsgronden (de gevallen waarin niet aan uw verzoek kan worden voldaan) en de termijn waarbinnen een besluit over uw verzoek wordt genomen.

De tekst van de Wob vindt u op wetten.nl.